Op 27 mei 1999 publiceerde de Rekenkamer Rotterdam haar eerste onderzoeksrapport. Aanleiding voor het onderzoek was een verzoek van de Gemeenteraad bij brief van 5 maart 1999 om de begrotingsoverschrijding van de dienst Reiniging, ontsmetting, transport en bedrijfswerkplaatsen (Roteb) over 1997 (f 23,2 mln.) te onderzoeken.
Het doel van het onderzoek was om meer duidelijkheid te scheppen over de totstandkoming en uitvoering van de (concept)begroting 1997 van de Roteb en de informatievoorziening rond de overschrijding daarvan, met het oogmerk om de begrotingsvoorbereiding en –uitvoering beter beheersbaar te maken. Het onderzoek richtte zich op de vraag of de informatievoorziening van het begrotingsproces van de Roteb zodanig was opgezet en verlopen dat de verschillende betrokkenen tijdig waren geïnformeerd over de (risico’s van) overschrijding van de (concept)begroting 1997 van de Roteb en daar naar hadden gehandeld.
conclusies en aanbevelingen
De Rekenkamer concludeerde in haar rapport onder andere dat de begroting van de Roteb in 1997 niet goed was onderbouwd, een door B&W/ Raad gevraagde goed onderbouwde geactualiseerde begroting nooit verschenen was, de informatieverstrekking over de begrotingsoverschrijding aan de Gemeenteraad op meerdere momenten vooruit geschoven was en dat afdoende dekkingsmaatregelen en begrotingswijzigingen achterwege gebleven waren. Op het conceptrapport hebben zowel het College van B&W, als het hoofd bestuursdienst als de directeur en voormalig directeur van de Roteb ieder afzonderlijk een reactie gegeven. Allen namen de aanbevelingen over. Wel plaatsten zowel B&W, als het hoofd bestuursdienst de aanbevelingen in het verlengde van het zogenoemde 12e programma van de gemeente, waarin onder meer aandacht zou worden besteed aan normbegrotingen en tussentijdse informatievoorzieningen bij de Roteb.


