opvolgingsonderzoek

De rekenkamer voert onderzoeken uit naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Daarom vindt de rekenkamer het wenselijk om inzicht te krijgen in de mate waarin aanbevelingen van de rekenkamer hebben geleid tot maatregelen en in de wijze waarop die geïmplementeerd zijn. Dat inzicht kan worden verkregen door middel van een opvolgingsonderzoek naar de doorwerking van aanbevelingen in beleid en uitvoering. Om die reden heeft de rekenkamer in haar onderzoeksplan voor 2012, aangeboden aan de raad op 30 maart 2012, een dergelijk opvolgingsonderzoek aangekondigd. Bovendien is het doen van opvolgingsonderzoek inmiddels onderdeel van het interne kwaliteitsbeleid van de rekenkamer geworden. Dit vloeit voort uit het in juni 2012 door de rekenkamers van de G4 en de Randstedelijke Rekenkamer ondertekende Kwaliteitshandvest. Het opvolgingsonderzoek is daarmee primair voor de rekenkamer zelf bedoeld, om daaruit lessen over haar eigen functioneren te trekken.

De rekenkamer heeft in dit onderzoek de opvolging van twee rapporten onderzocht: ‘Zicht op werk’ (2007) over de kwaliteit van de informatievoorziening aan de raad over re-integratietrajecten en het rapport ‘Zonder diploma geen relaxed werk’ (2008) over de doorwerking van het beleid inzake voortijdig schoolverlaten bij voortijdig schoolverlaters (hierna: vsv) zelf. De rekenkamer heeft voor de opvolging van deze twee rapporten gekozen, omdat het in beide gevallen onderwerpen betreft die bestuurlijk onverminderd actueel en van groot maatschappelijk belang zijn.